In de media verschijnen regelmatig artikelen waarin gepleit wordt voor een versterkte positie van de buurtalen Duits en Frans. Hieronder vindt u een actueel overzicht. U komt bij het desbetreffende artikel door op de samenvatting te klikken.

Bijna driekwart van de Nederlanders denkt dat ons land meer zou moeten samenwerken met Duitsland en Frankrijk nu de Britten de EU verlaten en president Donald Trump steeds vaker voor zichzelf kiest. Nederlanders verliezen vertrouwen in oude vrienden en omarmen buurlanden.

Onlangs hield hoogleraar Lotte Jensen een lezing in Parijs over de Nederlandse identiteit. Ze deed dat op verzoek van de organisatie niet in het Engels, want 'En France, on parle français!'. Deze ervaring inspireerde Jensen tot een warm pleidooi voor meertaligheid: 'Tijdens de discussie vroeg een Fransman waarom het Engels zo dominant was op de Nederlandse universiteiten. Ik gaf een uiteenzetting over de eeuwenoude koopmansgeest van de Nederlanders, hun utilitaire omgang met taal en de economische drijfveren van instellingen om zo veel mogelijk buitenlandse studenten aan te trekken. Door het oprukkende Engels onderschatten we bovendien het belang van andere talen als het Frans en Duits. In de Franse vertaling klonk dit antwoor eloquent en gracieus.'

Het talenonderwijs van een open land als Nederland mag zich niet beperken tot enkel Engels. Benut de aanstaande curriculumherziening voor herwaardering van het onderwijs in de buurtalen, door de examens te laten aansluiten op internationale diploma’s, waarvoor alle taalvaardigheden worden getoetst en die een prachtige toegang bieden tot sterkere verbindingen met onze buren en belangrijkste (handels)partners.

Nu de Leidse hoogleraar met emeritaat gaat, blijft in Nederland nog één hoogleraar Franse letterkunde over, Alicia Montoya in Nijmegen. Dat is beschamend. Geen enkele andere cultuur is zo belangrijk voor de onze als de Franse, al sinds de Middeleeuwen.

Nederland heeft op dit moment één hoogleraar Franse Letterkunde. Na het emeritaat van Paul J. Smith aan de Universiteit Leiden houdt alleen Alicia Montoya aan de Radboud Universiteit Nijmegen de tricolore nog hoog. Het Frans deelt in de algemene malaise die het taalonderwijs in Nederland treft. Steeds minder eerstejaars studenten kiezen een ’schooltaal’ - het Nationaal Platform voor de Talen noemt de belangstelling voor Frans, Duits, Nederlands en zelfs Engels ’zorgwekkend laag’.

Het Duits op het mbo is bezig aan een opmars, want de Duitse arbeidsmarkt biedt kansen, zo weten ze op het ROC van Twente. Het vormt een contrast met de rest van het onderwijs, waar de taal juist verliest aan populariteit.

Docenten Frans van middelbare school Groenewald in Stein dompelen hun leerlingen sinds vier jaar onder in de vreemde taal. Bijna de hele les spreken ze Frans, indien nodig gebruiken ze er handen en voeten bij. Met effect: de leerlingen vinden de lessen veel leuker, halen betere cijfers en durven de taal beter te spreken.

Zes miljoen Nederlanders in de grensregio's voelen zich niet altijd serieus genomen door Den Haag. Staatssecretaris Raymond Knops komt met praktische oplossingen om daar iets aan te doen. Hij vindt het een gemiste kans dat jongeren steeds minder Duits en Frans spreken: 'Taal is een smeermiddel om te kunnen werken. Nederland is een klein land, we zijn een handelsnatie. Van oudsher zeggen we dat Nederlanders hun talen goed spreken, maar andere landen halen ons links en rechts in. Dat baart mij zorgen. Ik ben geen voorstander van verplichte taalles. Ik geloof heel sterk in het stimuleren ervan. Dat moet nu gebeuren.'